Skip to content

Platform & Beheer

De module Platform & Beheer ondersteunt de algemene inrichting en beheertaken van ERP-NL. Dit zijn de functies die nodig zijn om de applicatie veilig, beheersbaar en bruikbaar te maken voor meerdere gebruikers, rollen en organisaties.

Platform & Beheer is vooral bedoeld voor applicatiebeheerders, functioneel beheerders en gebruikers met beheerrechten. Zij gebruiken deze module om gebruikers te beheren, organisaties in te richten, rollen toe te kennen, bijlagentypen te beheren, initiële data te laden, testbestanden te genereren en monitoringinformatie te raadplegen.

Wat kun je met Platform & Beheer?

Met Platform & Beheer kun je onder andere:

  • gebruikers beheren;
  • organisaties beheren;
  • rollen beheren;
  • rollen aan gebruikers of organisatieleden koppelen;
  • bijlagentypen beheren;
  • initiële inrichting en demo-data laden;
  • testbestanden genereren;
  • notificaties en taken bekijken;
  • auditinformatie bekijken;
  • procesmonitoring raadplegen;
  • operationele monitoring bekijken;
  • bank- en betaalinrichting openen via Bankinrichting;
  • grootboek-, belasting-, boekhoudkundige en verplichtingeninrichting bereiken via de setupnavigatie.

De module helpt beheerders om antwoord te krijgen op vragen zoals:

  • Welke gebruikers hebben toegang tot ERP-NL?
  • Welke rollen bestaan er?
  • Welke gebruiker mag welke functionaliteit gebruiken?
  • Welke organisaties zijn ingericht?
  • Welke gebruiker hoort bij welke organisatie?
  • Welke bijlagentypen kunnen worden gebruikt?
  • Is de basisinrichting geladen?
  • Zijn er demo- of testgegevens beschikbaar?
  • Welke acties zijn uitgevoerd in de applicatie?
  • Zijn er fouten of aandachtspunten in processen?
  • Welke processtappen zijn uitgevoerd?

Belangrijkste schermen

SchermRouteWaarvoor gebruik je dit scherm?
Platform setup/setup/platformStuurt door naar gebruikersbeheer
Gebruikers/setup/platform/usersGebruikers beheren
Organisaties/setup/platform/organizationsOrganisaties beheren
Rollen/setup/platform/rolesRollen en rechtenstructuur beheren
Roltoewijzingen/setup/platform/role-assignmentsRollen aan gebruikers of organisatieleden koppelen
Bijlagen/setup/platform/attachmentsBijlagentypen beheren
Initialisatie/setup/platform/initializationInrichtings- en seedjobs starten of volgen
Testbestanden/setup/platform/test-filesTestbestanden genereren
Notificaties/notificationsNotificaties en taken bekijken
Auditmonitoring/monitoring/auditAuditlog bekijken
Monitoring/monitoringOperationele observability bekijken
Procesmonitoring/monitoring/processProcesverloop bekijken

Daarnaast bestaan er oude of korte routes die automatisch doorsturen naar de nieuwe structuur.

Oude of korte routeStuurt door naar
/setup/users/setup/platform/users
/setup/organizations/setup/platform/organizations
/setup/roles/setup/platform/roles
/setup/role-assignments/setup/platform/role-assignments
/setup/attachments/setup/platform/attachments
/setup/data-initialization/setup/platform/initialization
/setup/test-files/setup/platform/test-files
/users/setup/users
/gebruikers/setup/users
/approval/notifications
/goedkeuring/notifications
/audit/monitoring/audit
/process/monitoring/process

Procesoverzicht

Platform & Beheer ondersteunt de basisinrichting van ERP-NL. Een typische beheerflow ziet er als volgt uit:

mermaid
flowchart LR
  Organization[Organisatie inrichten] --> Users[Gebruikers aanmaken]
  Users --> Roles[Rollen beheren]
  Roles --> Assignments[Rollen toewijzen]
  Assignments --> Access[Toegang gebruiken]
  Access --> Audit[Audit en monitoring]

In gewone taal:

  1. Een organisatie wordt ingericht.
  2. Gebruikers worden aangemaakt of beschikbaar gemaakt.
  3. Rollen worden ingericht.
  4. Rollen worden toegewezen aan gebruikers of organisatieleden.
  5. Gebruikers krijgen toegang tot modules en acties.
  6. Beheerders gebruiken audit en monitoring om gebruik en processen te volgen.

Typische werkwijze voor een functioneel beheerder

Een dagelijkse of periodieke beheerwerkwijze kan er als volgt uitzien:

  1. Controleer of nieuwe gebruikers toegang nodig hebben.
  2. Maak gebruikers aan of controleer bestaande gebruikers.
  3. Koppel gebruikers aan de juiste organisatie.
  4. Wijs de juiste rollen toe.
  5. Controleer of de gebruiker de juiste modules kan openen.
  6. Beheer waar nodig bijlagentypen.
  7. Controleer setup- of seed jobs.
  8. Bekijk auditinformatie bij vragen of incidenten.
  9. Bekijk monitoring wanneer processen niet goed lopen.
  10. Pas inrichting aan wanneer modules of processen wijzigen.

Gebruikersbeheer

Het scherm /setup/platform/users is bedoeld voor het beheren van gebruikers.

Gebruikersbeheer
Gebruikersbeheer toont gebruikers, status en toegang binnen de organisatiecontext.

Een beheerder gebruikt dit scherm bijvoorbeeld om:

  • gebruikers te bekijken;
  • nieuwe gebruikers aan te maken, indien ondersteund;
  • bestaande gebruikers te wijzigen, indien ondersteund;
  • gebruikersstatussen te controleren;
  • gebruikers aan organisaties of rollen te koppelen;
  • te controleren welke gebruiker toegang heeft tot ERP-NL.

Velden op gebruikersbeheer

De exacte velden hangen af van de actuele implementatie, maar functioneel zijn de volgende velden relevant:

VeldBetekenis
GebruikersnaamUnieke naam waarmee de gebruiker in ERP-NL bekend is
Volledige naamNaam van de gebruiker zoals zichtbaar in de applicatie
E-mailadresE-mailadres voor identificatie, notificaties of contact
StatusGeeft aan of de gebruiker actief, geblokkeerd of inactief is
OrganisatieOrganisatie of administratieve context waarin de gebruiker werkt
RollenRollen die bepalen welke schermen en acties beschikbaar zijn
Laatst ingelogdLaatste moment waarop de gebruiker actief was, indien beschikbaar
Aangemaakt opDatum waarop de gebruiker is aangemaakt
Gewijzigd opDatum waarop de gebruiker voor het laatst is aangepast

Acties op gebruikers

Functioneel beheer kan, afhankelijk van rechten en inrichting, acties uitvoeren zoals:

ActieBetekenis
Gebruiker bekijkenGebruikersgegevens raadplegen
Gebruiker aanmakenNieuwe gebruiker toevoegen
Gebruiker wijzigenNaam, e-mailadres, status of instellingen aanpassen
Gebruiker activerenGebruiker toegang geven
Gebruiker deactiverenGebruiker tijdelijk of permanent uitschakelen
Rollen toewijzenBepalen welke functionaliteit de gebruiker mag gebruiken
Organisatie koppelenGebruiker beschikbaar maken binnen een organisatie
Wachtwoord resettenAlleen indien lokale wachtwoorden worden gebruikt
Audit bekijkenControleren welke wijzigingen op de gebruiker zijn uitgevoerd

Niet elke actie is altijd beschikbaar. Sommige acties zijn afhankelijk van authenticatie-inrichting, bijvoorbeeld lokale login of Keycloak/OIDC.

Gebruikersstatussen

Gebruikersstatussen helpen beheerders te bepalen of een gebruiker toegang heeft.

StatusBetekenisTypische actie
ActiefGebruiker kan inloggen en werken binnen toegekende rechtenToegang controleren
InactiefGebruiker is bekend, maar niet actief in gebruikActiveren of laten staan
GeblokkeerdGebruiker mag tijdelijk niet inloggenOorzaak onderzoeken
UitgenodigdGebruiker is aangemaakt maar heeft toegang nog niet voltooidUitnodiging opvolgen
Wachtwoord wijzigen vereistGebruiker moet wachtwoord wijzigen bij volgende loginGebruiker informeren
Verwijderd of gedeactiveerdGebruiker wordt niet meer gebruiktAudit bewaren, niet hergebruiken

De exacte statuswaarden moeten worden afgestemd op de actuele implementatie.

Organisatiebeheer

Het scherm /setup/platform/organizations is bedoeld voor organisatiebeheer.

ERP-NL ondersteunt een organisatiecontext. Dat betekent dat gebruikers en gegevens binnen een bepaalde organisatiecontext kunnen worden gebruikt. Dit is belangrijk wanneer meerdere organisaties of administraties binnen één omgeving worden beheerd.

Een beheerder gebruikt dit scherm bijvoorbeeld om:

  • organisaties te bekijken;
  • organisaties aan te maken of te wijzigen, indien ondersteund;
  • organisatiecodes te controleren;
  • organisatieleden te beheren;
  • te bepalen welke gebruikers toegang hebben tot welke organisatie.

Velden op organisaties

Functioneel relevante velden zijn:

VeldBetekenis
OrganisatienaamNaam van de organisatie
OrganisatiecodeUnieke code voor de organisatie
StatusGeeft aan of de organisatie actief is
OmschrijvingToelichting op het gebruik van de organisatie
StandaardvalutaValuta die standaard wordt gebruikt, indien ingericht
LandLand of jurisdictie, indien relevant
Aangemaakt opDatum waarop de organisatie is aangemaakt
Gewijzigd opDatum waarop de organisatie voor het laatst is aangepast

Organisatieleden

Organisatieleden bepalen welke gebruikers binnen een organisatie kunnen werken.

Een organisatie-lidmaatschap kan functioneel bepalen:

  • of een gebruiker de organisatie kan selecteren;
  • welke rollen de gebruiker binnen die organisatie heeft;
  • of rechten per organisatie verschillen;
  • of de gebruiker alleen mag raadplegen of ook mag wijzigen.

Conceptueel:

mermaid
flowchart LR
  User[Gebruiker] --> Membership[Organisatielidmaatschap]
  Organization[Organisatie] --> Membership
  Membership --> RoleAssignment[Roltoewijzing]
  RoleAssignment --> Permissions[Rechten]

Organisatiecontext

De organisatiecontext bepaalt in welke organisatie een gebruiker werkt. Dit is belangrijk omdat gegevens, rechten en processen per organisatie kunnen verschillen.

Voor een eindgebruiker betekent dit:

  • je werkt binnen een actieve organisatie;
  • sommige gegevens zijn organisatiegebonden;
  • sommige acties zijn alleen beschikbaar binnen de juiste organisatie;
  • wisselen van organisatie kan invloed hebben op wat je ziet.

Voor een beheerder betekent dit:

  • gebruikers moeten aan de juiste organisatie gekoppeld zijn;
  • rollen kunnen afhankelijk zijn van organisatiecontext;
  • test- en demodata moeten bij de juiste organisatie horen;
  • auditinformatie moet per organisatie te interpreteren zijn.

Rollen

Het scherm /setup/platform/roles is bedoeld voor het beheren van rollen.

Een rol groepeert rechten die bepalen wat een gebruiker mag zien of doen. Rollen maken het eenvoudiger om rechten beheersbaar toe te kennen.

Rollen
Rollen groeperen rechten en maken beheer van toegang overzichtelijk.

Een beheerder gebruikt rollen bijvoorbeeld om onderscheid te maken tussen:

  • gewone eindgebruikers;
  • crediteurenmedewerkers;
  • betalingsgebruikers;
  • financiële gebruikers;
  • functioneel beheerders;
  • technische beheerders;
  • auditors of alleen-lezen gebruikers.

Uitleg per standaardrol

Voorbeelden van standaardrollen kunnen zijn:

RolFunctionele betekenis
ApplicatiebeheerderBeheert gebruikers, rollen, organisaties en setup
Functioneel beheerderOndersteunt inrichting, foutopvolging en gebruikersvragen
CrediteurenmedewerkerWerkt met leveranciers, facturen en betaalvoorbereiding
BetalingsgebruikerWerkt met betaalinstructies, batches en SEPA
Financieel medewerkerWerkt met grootboek, boekingen en proefbalans
BudgethouderBekijkt of beoordeelt verplichtingen en budgetten
DebiteurenmedewerkerWerkt met klanten, ontvangsten en openstaande posten
AuditorHeeft vooral leesrechten en toegang tot auditinformatie
Alleen-lezen gebruikerKan gegevens bekijken maar niet wijzigen

De exacte standaardrollen moeten worden afgestemd op de implementatie en klantinrichting.

Role assignments

Het scherm /setup/platform/role-assignments is bedoeld om rollen toe te wijzen.

Een role assignment koppelt gebruikers, organisaties en rollen aan elkaar. Daardoor wordt bepaald welke modules, schermen en acties beschikbaar zijn voor een gebruiker.

Roltoewijzingen
Roltoewijzingen koppelen gebruikers aan rollen binnen een organisatiecontext.

Een role assignment bepaalt functioneel:

  • welke gebruiker een rol krijgt;
  • binnen welke organisatie de rol geldt;
  • welke modules zichtbaar worden;
  • welke acties beschikbaar zijn;
  • of de gebruiker kan lezen, wijzigen, goedkeuren of beheren.

Inrichting van role assignments

Een beheerder richt role assignments meestal als volgt in:

mermaid
flowchart TD
  Start[Start role assignment] --> User[Selecteer gebruiker]
  User --> Organization[Selecteer organisatie]
  Organization --> Role[Selecteer rol]
  Role --> Check[Controleer impact]
  Check --> Save[Opslaan]
  Save --> Test[Test toegang]

Praktische werkwijze:

  1. Open roltoewijzingen.
  2. Selecteer de gebruiker.
  3. Selecteer de organisatiecontext.
  4. Kies de juiste rol.
  5. Controleer of de rol niet te veel rechten geeft.
  6. Sla de roltoewijzing op.
  7. Laat de gebruiker testen of de juiste schermen beschikbaar zijn.
  8. Controleer auditinformatie bij gevoelige wijzigingen.

Rechten en toegang

ERP-NL gebruikt rechten om toegang tot functionaliteit te bepalen. In de frontendroutes zijn meerdere rechten zichtbaar voor platform- en setupschermen.

SchermVoorbeelden van rechten
Gebruikerssetup.users.read, setup.users.manage
Organisatiessetup.organizations.read, setup.organizations.manage
Rollensetup.roles.read, setup.roles.manage
Roltoewijzingensetup.roles.read, setup.roles.manage
Bijlagenattachments.types.read
Initialisatiesetup.seed_jobs.read, setup.seed_jobs.run
Testbestandensetup.test_files.generate
Auditmonitoringaudit.read
Monitoringobservability.read
Procesmonitoringpayments.process.read, payments.batch.read

Voor eindgebruikers betekent dit praktisch:

  • wat je ziet hangt af van je rol;
  • sommige schermen zijn alleen beschikbaar voor beheerders;
  • sommige acties zijn alleen beschikbaar met beheerrechten;
  • audit en monitoring vereisen aparte rechten;
  • setupfunctionaliteit moet beperkt beschikbaar zijn.

Rechtenmatrix

Een rechtenmatrix maakt zichtbaar welke rol welke functionaliteit mag gebruiken.

Voorbeeldstructuur:

Functioneel gebiedLezenAanmakenWijzigenGoedkeurenBeheren
GebruikersApplicatiebeheerderApplicatiebeheerderApplicatiebeheerdern.v.t.Applicatiebeheerder
OrganisatiesApplicatiebeheerderApplicatiebeheerderApplicatiebeheerdern.v.t.Applicatiebeheerder
RollenApplicatiebeheerderApplicatiebeheerderApplicatiebeheerdern.v.t.Applicatiebeheerder
CrediteurenCrediteurenmedewerkerCrediteurenmedewerkerCrediteurenmedewerkerGoedkeurderFunctioneel beheerder
BetalingenBetalingsgebruikerBetalingsverwerkerBetalingsverwerkerGoedkeurderBetalingen beheerder
GrootboekFinancieel medewerkerFinancieel medewerkerFinancieel medewerkern.v.t.Financieel beheerder
VerplichtingenBudgethouderVerplichtingen gebruikerVerplichtingen gebruikerBudgethouderFunctioneel beheerder
ReconciliatieFinancieel medewerkern.v.t.Financieel medewerkern.v.t.Functioneel beheerder
OntvangstenverwerkingDebiteurenmedewerkern.v.t.Debiteurenmedewerkern.v.t.Functioneel beheerder
IncassoDebiteurenmedewerkerDebiteurenmedewerkerDebiteurenmedewerkern.v.t.Incasso beheerder
AuditAuditorn.v.t.n.v.t.n.v.t.Applicatiebeheerder

Gebruik deze tabel als functioneel voorbeeld. De technische rechten moeten per implementatie worden gecontroleerd.

Bijlagen en bijlagentypen

Het scherm /setup/platform/attachments is bedoeld voor beheer van bijlagen of bijlagentypen.

Bijlagen worden in ERP-NL generiek gebruikt. Dat betekent dat meerdere modules gebruik kunnen maken van dezelfde attachment-functionaliteit, bijvoorbeeld voor facturen, verplichtingen of andere objecten.

Een beheerder gebruikt dit scherm bijvoorbeeld om:

  • beschikbare bijlagentypen te bekijken;
  • te bepalen welke soorten bestanden gebruikers kunnen koppelen;
  • bijlagen functioneel te classificeren;
  • beheer over documenttypes te houden.

Uitleg van bijlagentypen

Bijlagentypen helpen om documenten te classificeren die aan objecten worden gekoppeld.

Voorbeelden van bijlagentypen:

BijlagetypeGebruik
FactuurdocumentOriginele factuur of PDF
ContractContractuele onderbouwing
GoedkeuringsbewijsDocumentatie van goedkeuring
BetalingsbewijsBewijs of bevestiging van betaling
BankbestandSEPA- of bankgerelateerd bestand
CorrespondentieE-mail of briefwisseling
OverigDocument dat niet in een specifieke categorie past

Functioneel beheer gebruikt bijlagentypen om consistentie te creëren in documentopslag.

Initialisatie en demo-data

Het scherm /setup/platform/initialization is bedoeld voor setup- en seed jobs.

Een seed job is een gecontroleerde taak waarmee basisinrichting, demo-inrichting of testgegevens kunnen worden geladen.

Een beheerder gebruikt dit scherm bijvoorbeeld om:

  • basisinrichting te laden;
  • demo-inrichting te laden;
  • demo-data te genereren;
  • de status van een seed job te volgen;
  • te zien of een job succesvol is afgerond;
  • fouten in een job te onderzoeken.

Initialisatie is vooral relevant voor:

  • nieuwe omgevingen;
  • demo-omgevingen;
  • testomgevingen;
  • acceptatieomgevingen;
  • gecontroleerde herinitialisatie van testdata.

Stap-voor-stap handleiding voor initialisatie

mermaid
flowchart TD
  Start[Open initialisatie] --> Type[Kies jobtype]
  Type --> Options[Controleer opties]
  Options --> Confirm[Bevestig uitvoering]
  Confirm --> Run[Job uitvoeren]
  Run --> Status{Status controleren}
  Status -- Running --> Wait[Wachten]
  Wait --> Status
  Status -- Completed --> Done[Afgerond]
  Status -- Failed --> Error[Fout onderzoeken]

Praktische werkwijze:

  1. Open /setup/platform/initialization.
  2. Kies het juiste type seed job.
  3. Controleer of je in de juiste omgeving werkt.
  4. Controleer of je in de juiste organisatiecontext werkt.
  5. Start de job alleen als je zeker weet dat dit veilig is.
  6. Volg de status van de job.
  7. Controleer eventuele events of logregels.
  8. Los fouten op als de job mislukt.
  9. Controleer na afronding of de verwachte data aanwezig is.

Seed job statussen

StatusBetekenisActie
QUEUEDJob staat klaar om te startenWachten
RUNNINGJob wordt uitgevoerdVoortgang volgen
COMPLETEDJob is succesvol afgerondResultaat controleren
FAILEDJob is misluktLog bekijken en oorzaak oplossen
CANCELLEDJob is geannuleerdControleren of herstart nodig is

Seed job foutmeldingen

Veelvoorkomende oorzaken van seed job fouten zijn:

FoutcategorieMogelijke oorzaakMogelijke actie
DatabasefoutMigratie of tabel ontbreektMigraties controleren
RechtenfoutGebruiker mag job niet startenRechten controleren
OrganisatiefoutOrganisatiecontext ontbreektActieve organisatie controleren
DuplicaatData bestaat alControleren of reset nodig is
ConfiguratiefoutOmgevingsvariabele ontbreektConfiguratie controleren
ValidatiefoutSeed data voldoet niet aan regelsFoutregel bekijken en corrigeren
TimeoutJob duurt te langLogs controleren en opnieuw proberen

Seed jobs kunnen impact hebben op data. Start ze daarom alleen bewust en bij voorkeur niet in productie, tenzij de job daarvoor bedoeld is.

Testbestanden

Het scherm /setup/platform/test-files is bedoeld voor het genereren van testbestanden.

Een beheerder of tester gebruikt dit scherm bijvoorbeeld om:

  • testbestanden aan te maken;
  • scenario’s voor import of export te testen;
  • betaalbestanden of andere bestandsstromen te controleren, indien ondersteund;
  • demo- of acceptatietests voor te bereiden.

Aandachtspunten:

  • gebruik geen echte persoonsgegevens of bankgegevens;
  • gebruik testdata;
  • documenteer waarvoor het bestand is gegenereerd;
  • verwijder testbestanden wanneer ze niet meer nodig zijn.

Notificaties en taken

Het scherm /notifications toont notificaties en taken. Meerdere modules kunnen naar notificaties verwijzen wanneer een gebruiker iets moet opvolgen.

Een gebruiker gebruikt notificaties bijvoorbeeld om:

  • openstaande taken te zien;
  • goedkeuringen op te volgen;
  • waarschuwingen te bekijken;
  • procesmeldingen te openen;
  • acties vanuit modules terug te vinden.

Voorbeelden van situaties waarin notificaties nuttig zijn:

  • een betaling moet worden goedgekeurd;
  • een factuur vraagt aandacht;
  • een processtap is mislukt;
  • een setup job is afgerond of mislukt;
  • een gebruiker moet een actie uitvoeren.

Auditmonitoring

Het scherm /monitoring/audit toont auditinformatie.

Auditinformatie is bedoeld om inzicht te geven in wat er in de applicatie is gebeurd. Dit is belangrijk voor controle, onderzoek, compliance en beheer.

Auditmonitoring
Auditmonitoring helpt beheerders en auditors om acties, wijzigingen en procesgebeurtenissen te onderzoeken.

Een beheerder of auditor gebruikt auditmonitoring bijvoorbeeld om te zien:

  • welke gebruiker een actie heeft uitgevoerd;
  • wanneer een actie is uitgevoerd;
  • welk object is aangepast;
  • welke procesactie heeft plaatsgevonden;
  • welke statuswijziging is gedaan;
  • welke fout of uitzondering is geregistreerd.

Handleiding voor auditonderzoek

Auditonderzoek helpt om te reconstrueren wat er is gebeurd.

mermaid
flowchart TD
  Question[Onderzoeksvraag] --> Object[Zoek object]
  Object --> Events[Bekijk audit events]
  Events --> User[Controleer gebruiker]
  User --> Time[Controleer tijdstip]
  Time --> Action[Controleer actie]
  Action --> Impact[Beoordeel impact]
  Impact --> FollowUp[Vervolgactie bepalen]

Praktische werkwijze:

  1. Formuleer de onderzoeksvraag.
  2. Zoek het object, bijvoorbeeld factuur, betaling, gebruiker of batch.
  3. Bekijk audit events.
  4. Controleer wie de actie heeft uitgevoerd.
  5. Controleer wanneer de actie is uitgevoerd.
  6. Controleer welke status of gegevens zijn gewijzigd.
  7. Bepaal of de actie verwacht en toegestaan was.
  8. Leg bevindingen vast als dit nodig is voor controle of incidentopvolging.

Voorbeelden van onderzoeksvragen:

  • Wie heeft deze betaling aangepast?
  • Wanneer is deze factuur vrijgegeven?
  • Wie heeft deze gebruiker een rol gegeven?
  • Waarom is deze batch verzonden?
  • Welke wijziging veroorzaakte deze fout?

Operationele monitoring

Het scherm /monitoring is bedoeld voor operationele observability.

Een beheerder gebruikt monitoring om te controleren of de applicatie en processen normaal werken.

Monitoring kan helpen bij vragen zoals:

  • zijn er technische fouten;
  • zijn er processen die aandacht nodig hebben;
  • zijn er integraties met problemen;
  • zijn er background jobs of workers die falen;
  • is er ongewoon gedrag in de applicatie.

De exacte getoonde gegevens hangen af van de actuele observability-implementatie.

Procesmonitoring

Het scherm /monitoring/process is bedoeld om procesverloop te bekijken.

Procesmonitoring helpt gebruikers en beheerders om te begrijpen waar een proces staat en welke stappen zijn uitgevoerd.

Een gebruiker gebruikt dit scherm bijvoorbeeld om:

  • het verloop van betaalprocessen te volgen;
  • batchverwerking te bekijken;
  • processtappen te onderzoeken;
  • fouten in een proces terug te vinden;
  • te zien welke vervolgstap nodig is.

Handleiding voor monitoring en incidentopvolging

Monitoring helpt om te zien of processen en integraties goed werken.

mermaid
flowchart TD
  Alert[Melding of probleem] --> Scope[Bepaal scope]
  Scope --> Logs[Controleer monitoring]
  Logs --> Audit[Controleer audit]
  Audit --> Cause{Oorzaak duidelijk?}
  Cause -- Nee --> Escalate[Escaleren of verder onderzoeken]
  Cause -- Ja --> Fix[Oplossen]
  Fix --> Verify[Controleren]
  Verify --> Document[Documenteren]

Praktische werkwijze:

  1. Bepaal welk proces geraakt is.
  2. Controleer of het probleem één gebruiker, één organisatie of meerdere processen raakt.
  3. Bekijk monitoringinformatie.
  4. Bekijk auditinformatie.
  5. Controleer foutmeldingen.
  6. Controleer recente wijzigingen in setup of rollen.
  7. Los de oorzaak op of escaleer naar technisch beheer.
  8. Controleer of het proces daarna weer goed loopt.
  9. Documenteer oorzaak en oplossing.

Bankinrichting

Hoewel Bankinrichting technisch een apart setupgebied is, is het functioneel nauw verbonden met Platform & Beheer. De setupnavigatie bevat bank- en betaalinrichting voor bankrekeningen, payment schemes, transport channels, bank connectors, connectivity profiles, policy en BIC-codes.

Belangrijke schermen zijn:

SchermRouteWaarvoor gebruik je dit scherm?
Banking setup/setup/bankingAlgemene bankinrichting
Bankrekeningen/setup/banking/bank-accountsInterne betaalrekeningen beheren
Payment schemes/setup/banking/payment-schemesBetaalschema’s of betaalmethodes beheren
Transport channels/setup/banking/transport-channelsTransportkanalen beheren
Bank connectors/setup/banking/bank-connectorsBankconnectoren beheren
Connectivity profiles/setup/banking/connectivity-profilesConnectieprofielen beheren
Beleid/setup/banking/policyBetaalbeleid beheren
BIC-codes/setup/banking/bic-codesBIC-codes beheren

Voor eindgebruikers in Betalingen en Crediteuren is deze inrichting meestal niet zichtbaar, maar de inrichting bepaalt wel hoe betalingen verwerkt kunnen worden.

Andere setupgebieden

Naast platforminrichting en bankinrichting bestaan er ook inrichtingsgebieden voor andere modules.

SetupgebiedRouteDoel
grootboekinrichting/setup/glGrootboekinrichting
Grootboeksegmenten/setup/gl/segmentsSegmenten beheren
Grootboekcombinaties/setup/gl/combinationsAccount combinations beheren
Belastinginrichting/setup/taxFiscale inrichting
Verplichtingen setup/setup/commitments/mandatesMandaten voor verplichtingen
Boekhoudkundige inrichtingvia boekhoudkundige inrichting routesBoekhoudkundige inrichting

Deze pagina focust op Platform & Beheer. Modulespecifieke inrichting hoort verder te worden beschreven op de documentatiepagina van de betreffende module.

Beheerproces

Een typische beheerder kan ERP-NL als volgt inrichten:

mermaid
flowchart TD
  Start[Start beheer] --> Organization[Organisatie inrichten]
  Organization --> Users[Gebruikers toevoegen]
  Users --> Roles[Rollen controleren]
  Roles --> Assign[Roltoewijzingen maken]
  Assign --> Setup[Module-inrichting uitvoeren]
  Setup --> Seed[Initialisatie of demo-data laden]
  Seed --> Test[Testen met gebruikers]
  Test --> Monitor[Audit en monitoring controleren]

Beheeradvies voor productieomgevingen

Voor productieomgevingen gelden strengere beheerregels dan voor demo- of testomgevingen.

Aanbevolen beheerprincipes:

  • geef gebruikers minimale rechten;
  • gebruik aparte rollen voor lezen, verwerken, goedkeuren en beheren;
  • beperk setuprechten tot functioneel beheerders;
  • beperk seed jobs in productie;
  • gebruik geen demo-data in productie;
  • wijzig rollen niet zonder controle;
  • controleer auditinformatie bij gevoelige acties;
  • documenteer belangrijke wijzigingen;
  • test setupwijzigingen eerst in acceptatie;
  • gebruik sterke authenticatie;
  • beheer secrets buiten de code;
  • controleer periodiek gebruikers en rollen;
  • deactiveer gebruikers die geen toegang meer nodig hebben;
  • monitor kritieke processen zoals betalingen, incasso en boekhouding.

Periodieke beheertaken

Functioneel beheer kan periodiek de volgende controles uitvoeren:

FrequentieControle
DagelijksOpenstaande notificaties en kritieke fouten
DagelijksMislukte batches, jobs of integraties
WekelijksNieuwe gebruikers en roltoewijzingen
WekelijksOpenstaande incidenten en uitzonderingen
MaandelijksGebruikers die niet meer actief zijn
MaandelijksRollen met brede beheerrechten
MaandelijksAudit op gevoelige acties
Per releaseSetupwijzigingen en nieuwe rechten
Per kwartaalRechtenmatrix en functiescheiding

Praktische checklist voor beheerders

Gebruik deze checklist bij wijzigingen in Platform & Beheer:

  • Werk ik in de juiste omgeving?
  • Werk ik in de juiste organisatiecontext?
  • Heeft de gebruiker deze toegang echt nodig?
  • Is de juiste rol gekozen?
  • Geeft de rol niet te veel rechten?
  • Is de wijziging getest?
  • Is auditinformatie beschikbaar?
  • Moet de wijziging worden gedocumenteerd?
  • Zijn betrokken gebruikers geïnformeerd?
  • Is er een rollback of herstelactie mogelijk?

Veelvoorkomende vragen

Waar beheer ik gebruikers?

Via /setup/platform/users.

Waar beheer ik organisaties?

Via /setup/platform/organizations.

Waar beheer ik rollen?

Via /setup/platform/roles.

Waar wijs ik rollen toe?

Via /setup/platform/role-assignments.

Waar beheer ik bijlagentypen?

Via /setup/platform/attachments.

Waar laad ik basisinrichting of demo-data?

Via /setup/platform/initialization.

Waar genereer ik testbestanden?

Via /setup/platform/test-files.

Waar zie ik notificaties of goedkeuringstaken?

Via /notifications.

Waar zie ik auditinformatie?

Via /monitoring/audit.

Waar zie ik operationele monitoring?

Via /monitoring.

Waar zie ik procesmonitoring?

Via /monitoring/process.

Waar richt ik bankrekeningen en betaalbeleid in?

Via /setup/banking en de onderliggende bankinrichting-schermen.

Aandachtspunten voor beheerders

Bij Platform & Beheer is voorzichtigheid belangrijk. Verkeerde inrichting kan invloed hebben op toegang, betaalprocessen, auditability en testdata.

Let vooral op:

  • geef gebruikers alleen de rollen die zij nodig hebben;
  • beperk setuprechten tot beheerders;
  • beperk seed jobs en testbestanden tot gecontroleerde omgevingen;
  • controleer organisatiecontext bij gebruikers;
  • gebruik auditinformatie bij incidenten;
  • test wijzigingen eerst in een veilige omgeving;
  • documenteer belangrijke inrichtingkeuzes;
  • let op bij demo-data of testdata in productieachtige omgevingen.